Posts tonen met het label psycho-amateurisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psycho-amateurisme. Alle posts tonen

woensdag 19 november 2008

zelfbegoocheling

een maand of zo geleden ging ik 's middags mijn dochtertje ophalen bij een vriendin. Ze woont pal naast een chiro-terrein. Op de stoep stond de chiro-leiding te keuvelen, eentje met een dikke zwangere buik, niet naast te kijken. Ik bleef haar een beetje te lang aanstaren, tot een andere terug begon te kijken. Zo'n vreemd zicht in dat kostuumpje.

en dan verschijnt het in de krant, chiromeisje van de Blauwputchiro opgepakt. En een golf van verontwaardiging en onbegrip komt langs alle kanten over je heen gespoeld. En ik denk, ik ga terug in de tijd, in de tijd toen ik nog van zoveel dingen bang was, die ene keer ook dat ik ongepland zwanger was maar gelukkig niet meer zo bang. Ik kan het me voorstellen, hoe ze zichzelf heeft wijsgemaakt dat het wel vanzelf zou ophouden, dat het wel voorbij zou gaan, dat het er nooit écht zou zijn, dat het niet nodig was om wie dan ook erbij te betrekken want dat het toch zou ophouden. Hoe ze gedacht heeft dat het onmogelijk zo bedoeld kon zijn en dat wat groeide in haar buik nooit een écht leven zou hebben. Om in self-fulfilling prophesy te eindigen. Dramatische self-fulfulling wel in dit geval. Ver doorgedreven mythisch denken, wat niet komen zal, is nu ook al niet meer. Tenminste, dat is wat ik me er bij voorstel... misschien ging het wel anders, je kan nooit echt in andermans hoofd kijken.

je kan maar hopen dat het kind véél hulp zal krijgen. Genoeg om haar eigen 'tricks of the mind' leren te snel af te zijn. Erop of eronder. Ik hoop dat dat kleine ukje niet teveel geleden heeft.

woensdag 24 september 2008

cirkels doorbreken

het water is lekker warm, voor haar eigenlijk nét iets te warm, als ze in bad in mijn armen komt liggen en haar hoofd op mijn borsten legt. Ze houdt van mijn borstjes zegt ze, omdat die haar gevoed hebben, ze zegt dat ze zo wel zou in slaap kunnen vallen. Ik val niet in slaap, mijn lijf is loom maar mijn brein alert. Acht en een half, bedenk ik. Zo oud is ze nu al. Het is gebeurd. Al mijn kinderen zijn de acht gepasseerd, en geen van allen heeft afstand van me genomen. Ze komen nog alledrie knuffelen, ze komen nog alledrie rond mijn nek hangen, liefs in mijn oren fluisteren. Mijn zoon komt nog wenend sorry's prevelen als zijn puberlijke impulsiviteit weer even alles om zeep hielp. Als je aan kinderen begint heb je veel idealen, veel strevens, veel vooringenomen principes over hoe je het gaat doen. Je ziet er veel van sneuvelen.

maar ik had wel een heel persoonlijk doel: proberen te bekomen dat mijn kinderen niet fysiek met me zouden breken nog voor hun tiende levensjaar, zoals alle kinderen thuis met onze ouders braken. Liefst zelfs niet voor hun achtste levensjaar, zoals ik. En dat is gelukt. Ik heb bewezen dat het niet waar is dat opvoedingsgeschiedenissen zich onvermijdelijk herhalen. Misschien dat mijn opvoeding voor het overige maar met haken en ogen aan elkaar hangt: maar dit is mijn allergrootste overwinning. Ook al lijkt het voor velen de grootste vanzelfsprekendheid. Mijn kinderen groeien niet op in een dorre wereld zonder aanrakingen, waaruit ze tien jaar later door vermeende grote liefdes moeten gered worden.

zaterdag 6 september 2008

zelfportret


een tijdje geleden deed een vriend me de suggestie om eens een zelfportret te tekenen. Ik heb de neiging om zo'n suggesties op te vatten als 'opdrachten' (nog net niet als 'bevelen'). De meeste boeken die ik lees, lees ik zo als opdracht. De tekening maken was iets om te doen vanuit één of ander therapeutsich perspectief. Genadeloos jezelf blijven bekijken. En vandaag zag ik dan eindelijk een gaatje van een uur, zonder andere taken die op me riepen, met voldoende innerlijke rust. Na gisterenavond mijn eerste les op de academie te hebben genoten voelde ik me gesterkt.

ik wilde een zo 'eerlijk' mogelijk portret. Geen gom om te verwijderen wat ik liever niet zag. Scheef getekende neus, foute proporties: pech: geen gom, en geen tijd om het af te werken. Het ging erom wat ik zag, ook achter de lijnen en de schaduwen. En het is geworden wat ik dacht. Net dat wat ik altijd in de spiegel zie als ik wat langer kijk: een expressie van verdriet, en een vleugje angstige verschrikking. Het verdriet komt altijd genadeloos naar me toe als ik in de spiegel kijk, en graaft zich met de jaren steeds dieper in de lijnen. Ik heb altijd het gevoel dat ik verraden word door het verhaal van mijn gelaat. Als ik lach verschijnen er andere lijnen, andere verhalen, maar écht lachen kan je niet vastleggen

ik vond het passen, ik dacht aan Kamil, wiens herdenkingsplechtigheid ik vandaag bijwoonde. Twee weken geleden vermoord in Bagdad. Voor sommigen een held, een patriot (maar nee: geen nationalist want hij was een communist), die sinds vijf jaar mee hielp aan de wederopbouw van Irak. Voor sommigen een lucide intellectueel die 'with distinction' zijn thesis in de wijsbegeerte had gemaakt, en zoveel zinvols had geschreven, zoveel mensen had geholpen en begeleid. Er moest een woord van de Iraakse ambassade af, van het kabinet van De Gucht, van het Arabisch instituut (met nauwelijks onderdrukte woede), van de Belgishe vrienden die een lans voor de politieke vluchtelingen wilden breken. Arabisch, Engels, Nederlands, Italiaans en Frans. Het vloeide allemaal in elkaar over. Iedereen richtte zich naar z'n achttienjarige zoon, die onafgebroken op zijn kauwgum beet.

en ik zat daar en kon enkel aan de gesprekken denken in de straten van Leuven, op de terrasjes van Leuven, aan zijn lach, aan zijn zachtheid. En toen dacht ik: laat me mijn portret van verdriet aan hem opdragen. Temeer daar het zijn beste vriend was die me de opdracht gaf. Fietsend in de herfstige stilte, terug naar huis, rijpte de gedachte. Het snikken van vannacht in mijn droom waarde nog door mijn lijf.

het kan niet altijd kluchtig zijn. Maar Kamil zag overal wel de humor van in, dat hadden we gemeen. Zijn vermaarde lach zal blijven...

woensdag 13 augustus 2008

sturm und drang

daarstraks welde deze uitdrukking bij me op. Mooi toch. Eigenlijk is het één of andere oude literaire stroming, maar het wordt ook gebruikt als uitdrukking voor de wijze waarop jonge mensen in het leven staan. Of sommigen toch. Het was bij de gedachte aan mezelf twintig jaar geleden dat deze uitdrukking in me opkwam. Bij het beeld dat ik kreeg van de jonge vrouw, meer nog een meisje, dat verteerd werd door een honger naar het leven. Een gulzige onverzadigbare levenshonger. Een stuwende onrust die maakte dat alles wat haar pad kruiste dieper, breder, voller, groter moest worden. Geen kans op nabijheid mocht ontglippen, geen kans op verrukking mocht verloren gaan, elke extase moest gegrepen en vastgehouden worden. Voor idealen moest gevochten worden. Geen haar op mijn hoofd dat besefte hoe ik eigenlijk in al mijn gulzigheid met het leven aan het 'smossen' was. Geen haar op m'n hoofd dat besefte dat het magnetische dat van mijn passie uitging tegelijk beangstigend of zelfs afstotend was voor anderen. Niets deed mij vermoeden dat ik met mijn oppervlakkige meegaandheid en flexibiliteit toch verpletterend over anderen heen kon walsen.

'vroeg rijp is vroeg rot' zei mijn ex altijd, en dan ging het over mij. Het was niet bepaald flatterend bedoeld. Hijzelf had gezworen eeuwig kind te blijven. Het was zeker geen compliment, bezwaarlijk een grote wijsheid, maar toch zie ik er nu een kern van waarheid in. Té hard willen leven, op korte tijd veel te veel ervaringen op je palmares spijkeren, kan tot uitbranden leiden. Je moét niet lopen op je elf maanden. Je moét niet met je moeders fiets rondcrossen op je vier. Je moet geen vastenvoettocht uitlopen op je negen. Je moét je ouders hun boekenkast niet op enkele avonden uitlezen op je twaalf. Je moét evenmin met je tenen kunnen schrijven of even snel in spiegelschrift schrijven dan gewoon. Je moet niet elke berg bedwingen. Je moet niet elke jongen waar 'wel iets inzit' tot de jouwe maken en verkennen. Maar voor mij moest het wél allemaal, er was geen rem, geen grens. Sturm und drang, onhoudbaar. Eerst onder een grafstille gesloten buitenkant, later onder veel meer expressie.

nu is het expansieve eraf, de dwingende noodzaak tot exploratie is weggesleten, niet meer elke kans moet worden benut, niet meer elk pad moet worden verkend. Maar zo lang is dat eigenlijk nog niet. Ik kan er de vinger niet op leggen wanneer het finaal veranderd is. Sinds wanneer ik uiteindelijk gestopt ben om als een jager elke uithoek van mijn vizier in kaart te brengen en alles proberen binnen te halen. Ergens op een dag heb ik mijn vangtuig tegen een boom gezet, ben ik op mijn achterste gaan zitten, en met meer verwondering gaan rondkijken. En er passeren dingen op afstand, er komen dingen nabij, ze gaan weer weg.. maar ik ga er niet achter, ik zie wel of er iets vanzelf blijft.

en dan denk ik: is dit nu uitgebrand zijn? of ben ik nu beurs? om in mijn ex zijn fruitige beeldspraak te blijven hangen. De Van Dale zegt dat beurs fruit, of dus overrijp fruit, zacht is van binnen. Awel, ik voel me zachter dan ooit vanbinnen, zeker niet hol, zo slecht is dat bijlange nog niet. Laat me maar rot worden, rimpelig en slap, en uiteindelijk verdwijnen. Ik hoef niet gebeten en gegeten te worden. Laat de sturm und drang maar aan anderen. Ik kan treuren om het vuur dat heen ging, maar ik omarm beter de zachtheid die kwam.

vrijdag 8 augustus 2008

geluksbarometer

als mensen me vragen of het goed met me gaat, dan denk ik steeds dat ik naar een gevoel moet peilen. Hetzelfde met de vraag of ik gelukkig ben. Het gevolg is dat ik in het duister tast. Het is al even abstract als vragen hoe het is om Belg te zijn, of veertig te zijn, of vrouw te zijn. Hoe kan je dat nu weten? je zit er midden in, je bént het gewoon. Hoe kan je er nu een gevoel bij hebben? ik kan hooguit iets mentaals genereren. Niet dat ik niet weet hoe het is om euforisch te zijn, of om een gelukzalig gevoel te hebben, of om me verbonden te voelen. Natuurlijk wel: het is iets dat er bovenuit piekt, iets dat zich onderscheidt van het dagelijkse, en dat voel ik natuurlijk. Maar hoe vang je het basisgrijs waarop deze highlights zich aftekeken? Als ik in een constante euforie zou leven zou ik het wellicht ook niet meer weten.

dus heb ik mijn eigen referentiekader ontworpen om steeds op de vraag voorbereid te zijn. Ik heb een persoonlijke geluksbarometer gemaakt. Niet meteen iets dat thuis tegen de muur hangt, maar een checklist voor dagelijks gebruik. Luidkeels zingen in de auto: positieve indicatie, zonder weerzin naar de supermarkt gaan: positieve indicatie, de weg durven vragen: positieve indicatie, een libel in de ogen kijken en mijn hart warm voelen worden: zeer positieve indicatie. Vreetbuien: negatieve indicatie, bier drinken voor het slapen gaan: negatieve indicatie, prikkelbaar op de kinderen reageren: negatieve indicatie. Er zijn een heel pak dingen die naargelang ik me goed voel beter gaan tot zelfs vanzelf gaan, en die niet meer goed tot helemaal niet meer gaan als ik me slecht voel. Tientallen zaken staan op mijn checklist. Ik objectiveer dus mijn gedrag, en dan weet ik het. Tenminste binnen mijn eigen spectrum op de balk van ongeluk naar geluk. Er zijn regionen buiten het spectrum die ik niet ken natuurlijk. Wat voor mij 'zeer goed' is, kan de onderste regio zijn van iemand die doorgaans veel gelukkiger is, en misschien zouden mijn slechtste dagen wel hemels zijn voor iemand die heel diep zit.

wat stel ik nu vast: dat de twee polen niet zozeer 'geluk' en 'ongeluk' zijn. Maar eigenlijk 'ontspannen' en 'overspannen'. Overspannen met burnout in het vizier. De vraag is natuurlijk in hoeverre ik niet druk bezig ben om de spanning op te drijven met dit soort mentale spielerei. Of is die spielerei nu juist ontspannend? En waar moet ik bloggen nu op mijn checklist zetten?

maandag 14 juli 2008

gevers

komen jullie ze ook zo vaak tegen? Mensen die zichzelf als 'gevers' omschrijven? Ik voortdurend, en ik weet het niet, maar bij mij gaat er altijd een rood lampeke branden. Ooit omschreef ik mezelf ook zo, dus veroordelen doe ik niet, ik weet van waar het komt, ik weet van waar ik kom. Maar ik heb zo mijn bedenkingen. Meestal omdat het als een star en vaststaand feit wordt geponeerd: 'ik ben nu eenmaal zo'. Het lijkt erop dat de meesten er eigenlijk niets willen aan doen. Ook al zien ze hoe ze keer op keer in problematische situaties verzeilen. Hoe ze keer op keer misbruikt worden en hoe het hen maar met momenten gelukkig maakt, maar voor de rest vooral heel gefrustreerd.

ik denk dat het komt omdat het een 'deugd' is, of als een deugd wordt gezien in onze christelijke westerse moraal. De altruïsten zijn de goeien, de egoïsten de slechten. Heel zwart-wit. Waarom zou je in godsnaam slechter willen worden als je heel goed bent? Dus versterken de mensen met een gevende basis (niet zelden opgevoed door één of meerdere 'nemers') hun statuut als gever, en geven steeds meer, geven gewoon zichzelf (op). Ze zijn er zelfs fier op. Oh ja: ik was er ook fier op.

wel laat me duidelijk zijn: het is een 100% bewuste keuze om te stoppen met altijd gever te zijn, om grenzen te leren stellen en een gezond egoïsme aan de dag te leggen. Het valt aan te leren om je goed te voelen bij de keuze voor jezelf. Nee: dat is niet 'slecht'.

en natuurlijk is het erg als iemand helemaal niet (meer) kan geven. We hebben een gevende beweging in ons, de psychopaat van achter de hoek buiten beschouwing gelaten. Als die gevende beweging geen ruimte krijgt verdorren we. Maar we hebben even goed een ontvangende beweging in ons. Het is koorddansen om die twee in evenwicht te krijgen, als je de andere beweging al wakker geschud krijgt.

wakker worden: er is grijs! we zijn eigenlijk geen van allen gevers, we zijn allemaal mensen met de mogelijkheid tot geven, maar we zijn het niet uitsluitend, we identificeren ons enkel ermee. En strelen ons ego er nog eens mee ook. Maar het is een gedrag: en elk gedragspatroon waarmee we onszelf identificeren valt te doorbreken. Maar als het over gedragspatronen gaat kiezen we vaak voor onveranderlijkheid, uit onzekerheid over wat er daarna zal komen.

potdorie, nu gaat het vingertje de lucht in... tot zover deze lezing van zuster Emmy. Ik moet wat minder het gras afrijden want ik word er bloedserieus van.

zaterdag 12 juli 2008

happy endings

vorige nacht zat ik op een ontieglijk uur film te kijken. Zomaar even tot half drie. Il lagro di bambini. Heel mooie film, ik zag 'm destijds al in de bioscoop, maar wilde hem opnieuw zien. Daarvoor hoefde ik zo laat niet op te blijven, vrienden gingen het opnemen voor me. Erg maar waar: na zo ongeveer zeven jaar kan ik mijn videorecorder nog steeds niet bedienen. Maar toch wilde ik het begin van de film proeven, en van dat begin kwam meer. Zelfdiscipline is niet aan me besteed. Ik bleef kijken omdat ik het einde wilde zien. Maar groot was mijn teleurstelling. Ik wist plots weer waarom ik me het einde niet kon herinneren. Er was gewoon geen einde aan, geen orgelpunt, het was een open einde. Een film die een stukje levenslijn had opgelicht, met een redelijk afgetekend beginpunt, maar veel minder afgetekend eindpunt.

ik ben geconditioneerd, besef ik. Ik wil happy endings. Ik wil dat er 'en ze leefden nog lang en gelukkig' achter komt. Zoals in de sprookjes, en zoals in zowat alle commerciële films, en de meeste boeken. Maar dat kwam niet. Er kwam ook geen dramatisch negatief einde, dat ook niet. Maar het was zo verdomd realistisch. Het was zoals het in het echt ook is, een aaneenschakeling van grotere en kleinere gebeurtenissen. Mensen die naar elkaar toegroeien, en dan afscheid zullen moeten gaan nemen. Deze keer niet het klassieke plaatje van een man en een vrouw, maar twee kinderen en een jongeman. Het afscheid komt niet in beeld, maar laat zich raden. Terwijl wil je dat ze elkaar nooit meer los zullen laten. De romantische illusie dringt zich aan je op. In de slechtere Amerikaanse film zou de jongeman op het laatste de kinderen adopteren, of whatever, als 'm er maar voor altijd bij zou blijven. En dan ga je rustig en vredig slapen. Nu lag ik nog een beetje te huilen in bed.

soms vraag ik me af of we met z'n allen heel erg veel moeite doen om die romantische illusie in stand te houden. En zo tegelijk een soort van collectieve verlatingsangst voeden. Als je altijd maar rozige plaatjes krijgt voorgeschoteld van 'voor altijd', meestal na enige worsteling, ga je dat dan niet verkeerdelijk als norm zien? waar het leven meer een aaneenschakeling van komen en gaan is? Net zoals in deze realistische film?

vannacht spelen ze 'trois couleurs rouge', ook eentje die ooit nazinderde. Hierin overwint de kracht van de liefde alles geloof ik, dus wel een happy ending. Een ode aan de romantische illusie? Maar ik ga m'n slaap er toch maar niet voor laten, ik zal wel happy endings dromen.